Als u een ontslagvergoeding ontvangt en u kiest voor een stamrechtconstructie (banksparen, verzekeren of een stamrecht B.V.) dan is over de ontslagvergoeding nog geen inkomstenbelasting verschuldigd.
De verplichting die bij de uitstel van belasting hoort, is dat de ontslagvergoeding verspreidt over meerdere jaren moet worden uitgekeerd. Daarmee wordt afgedwongen dat de ontslagvergoeding wordt gebruikt als (aanvulling) op het inkomen.
1% fiscale sterftekans
In de basis is een verzekering is bedoeld om de gevolgen van een zogeheten onzeker voorval (financieel) zeker te stellen.
De fiscus heeft bepaald dat er, als het gaat om een verzekering die periodiek tot uitkering komt, sprake is van een onzeker voorval als er tenminste 1% kans bestaat dat de verzekerde komt te overlijden tijdens de looptijd van de verzekering.
De kans op overlijden is uiteraard groter bij oudere mensen, waardoor de minimale looptijd voor oudere mensen lager ligt dan bij jongere mensen. Ook is er veschil tussen mannen en vrouwen, de sterftecijfers zijn immers ook anders.
Voor het zoeken naar die 1% sterftekans worden zogeheten sterftetafels gebruikt. De verzekeraar mag die vaak baseren op eigen ervaring. Hierdoor kan het voorkomen dat de ene verzekeraar een kortere duur hanteert dan de andere. De verschillen zijn overigens erg klein.
Minimale looptijd bij banksparen (stamrechtspaarrekening)
Bij banksparen is er geen sprake van een verzekering, er is geen sprake van een onzeker voorval en dus hoeft er niet getoetst te worden op 1% sterftekans.
De wetgever heeft met het introduceren van de stamrechtspaarrekening bedoeld om een gelijkwaardig alternatief op de verzekering te bieden. Daarom is besloten om een tabel op te nemen in de wet die de minimale periode van de uitkeringstermijnen bepaald bij stamrechtsparen.
De tabel geeft per leeftijd een minimale duur weer, onafhankelijk van het geslacht van de rekeninghouder.
Hieronder is de minimale looptijd bij een verzekering afgezet tegen de minimale looptijd van een stamrechtspaarrekening: